Geen moreel uithangbord, maar bedrijfseconomische noodzaak
Duurzaamheid was jarenlang het mooiste woord in ondernemersland. Iedereen deed eraan. Zonnepanelen op het dak, circulair in de brochure, maatschappelijk verantwoord in het jaarverslag. Het klonk goed, voelde goed en - niet onbelangrijk - het werd beloond.
Maar tijden veranderen. Energieprijzen stijgen, personeel is schaars en economische zekerheid voelt ineens als een luxeproduct. En dan gebeurt er iets interessants: duurzaamheid verdwijnt niet, maar schuift wat lager op de prioriteitenlijst. Want wie vandaag moeite heeft om zijn bedrijf draaiende te houden, denkt morgen pas aan de planeet. Dat klinkt ongemakkelijk, maar het is wel eerlijk.
RISICODRAGERS
Ondernemers zijn geen idealisten met onbeperkte middelen. Ze zijn risicodragers. Elke investering moet renderen. Waar verduurzaming eerder vanzelfsprekend leek, wordt nu scherper gerekend. Kan het uit? Wanneer? En vooral: overleeft mijn bedrijf de tussenliggende jaren? Tegelijkertijd verandert de overheid van aanjager in toeschouwer. Subsidies verdwijnen, regels stapelen zich op en langetermijnbeleid lijkt soms afhankelijk van de politieke windrichting. Ondernemers die willen investeren in duurzaamheid zoeken houvast, maar treffen te vaak onzekerheid. En duurzaamheid zonder voorspelbaarheid is voor ondernemers simpelweg een te groot risico.
OVERTUIGING OF OVERLEVEN?
Met het thema ‘Duurzaamheid – nog steeds prioriteit?’ kijkt INTO business voorbij de groene praatplaat. Naar ondernemers die balanceren tussen overtuiging en overleven. Want juist in tijden van druk wordt zichtbaar wie duurzaam onderneemt uit overtuiging en wie dat alleen doet zolang het comfortabel was.Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie: duurzaamheid begint pas echt wanneer het moeilijk wordt.
'Bedenk een strategie voor 10 jaar'
■ Is duurzaamheid voor klanten een doorslaggevende reden om met jou in zee te gaan, of blijft het vooral een ‘prettige bijkomstigheid’?
“Dankzij onze zonnepanelen kunnen wij de was energiezuiniger draaien. Dat is waar wij op dit moment in kunnen verduurzamen, maar op zich geen doorslaggevende reden voor klanten om voor mijn bedrijf te kiezen. Verduurzamen in de wasserijbranche staat nog in de kinderschoenen. Wij zitten in het middensegment. Daar is duurzaamheid het laatste punt waarover gesproken wordt. Het is een prettige bijkomstigheid.”
■ Hoe merk jij de veranderende aandacht voor duurzaamheid in beleid en economie in je dagelijkse praktijk?
“De regels worden steeds gewijzigd. Ze zouden een strategie moeten bedenken voor 10 jaar en niet iedere drie jaar veranderen. De eerste verduurzaming waarmee wij moeten gaan werken, is de logistiek. De auto’s moeten volledig elektrisch. Dat is een belangrijk aandachtspunt, want we hebben veel klanten in het centrum van Amsterdam, Utrecht en Rotterdam, in de zero-emissiezones. In 2030 moeten we elektrische vrachtwagens hebben. Natuurlijk zit er ook een stukje verduurzaming in de wasserij. Wij gebruiken al de nieuwste machines. Ons machinepark is maximaal vijf jaar oud. Vaak wordt het eerder al vervangen, omdat we de machines intensief gebruiken. Zo hebben we steeds de zuinigste machines.”
■ Als je vandaag opnieuw zou beginnen: zou je duurzaamheid weer zo nadrukkelijk koppelen aan je propositie?
“Wij kunnen niet heel snel verduurzamen, want wij zijn voor onze machines toch afhankelijk van gas. Er zijn wel klanten die naar duurzaamheid kijken, maar dat is dan 10-20% van onze omzet. De rest kijkt vooral naar de prijs. Onze klanten krijgen best wel wat belasting voor hun kiezen. Natuurlijk vinden ze milieu en duurzaamheid belangrijk, maar dat weegt niet op tegen de directe kosten.”
'Met stroom is overheid echt de mist ingegaan'
Is duurzaamheid voor klanten een doorslaggevende reden om met jou in zee te gaan, of blijft het vooral een ‘prettige bijkomstigheid’? “Het is het complete plaatje van dienstverlening en service waar klanten vaak naar kijken. Bij veel bedrijven is het noodzaak. De keuze voor duurzaamheid wordt ook ingegeven door de wetgeving rond zero-emissiezones en het Klimaatakkoord. De aanschafkosten van een elektrische vrachtwagen zijn hoger dan van een dieselvrachtwagen. Maar, als je vijf of zes jaar 60.000 kilometer per jaar rijdt en veel bij het eigen bedrijfspand kunt laden, ben je tegenwoordig al voordeliger uit dan met een diesel. De eActros 600 bleek ontzettend zuinig te rijden. Je kunt er mede hierdoor ook langer mee doorrijden.”
Hoe merk jij de veranderende aandacht voor duurzaamheid in beleid en economie in je dagelijkse praktijk? “Zero-emissie blijft het doel. Sommige zaken worden uitgesteld, verminderd of strenger, het uiteindelijke doel van zero-emissie is nog steeds de rode draad bij de overheid en de EU. Een van de redenen voor uitstel, is netcongestie. Met die stroomvraagstukken is de overheid echt de mist ingegaan. Subsidies voor elektrisch transportvervoer zijn omhoog gegaan, maar dan moet je die elektrische trucks wel van stroom kunnen voorzien. Daarom zijn ook subsidies op batterij-opslag verhoogd. Met de opgeslagen energie kun je dan ’s nachts de trucks opladen, zonder de meterkast te hoeven verzwaren.”
Als je vandaag opnieuw zou beginnen: zou je duurzaamheid weer zo nadrukkelijk koppelen aan je propositie? “Wij bieden duurzame producten aan, in dit geval de dienstverlening op de elektrische vrachtwagen en de elektrische vrachtwagens zelf. Dit wordt gedreven door de vraag uit de markt. En die vraag wordt dan weer gecreëerd door de regelgeving en het Klimaatakkoord. Het spreekt voor zich dat Gomes producten aanbiedt die passen in deze regelgeving. De fabriek in Duitsland moet duurzaam bezig zijn. De toeleveranciers van de fabriek moeten volledig zero-emissie zijn. Onderdelen van de eActros zijn recyclebaar en de fabriek draait op eigen energiebronnen. Die duurzaamheid nemen we mee in onze propositie. Ik zie niet in dat we dat anders zouden doen.”
'Ondernemer moet continu de regie houden'
Is duurzaamheid voor klanten een doorslaggevende reden om met jou in zee te gaan, of blijft het vooral een ‘prettige bijkomstigheid’? “Duurzaamheid is anno 2026 een breed begrip. Het varieert van besparing en effectief gebruik van energie en materialen tot samenwerking met medewerkers, klanten en omgeving. Wij hebben de afgelopen vijf jaar geïnvesteerd in scholieren en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, hergebruik van oud-papier, samenwerking met leveranciers die bijvoorbeeld tweedehands dozen leveren of milieuvriendelijker plastic om pallets mee te sealen voor transport. Het is voor klanten op dit moment geen doorslaggevende reden, maar een prettige bijkomstigheid.”
Hoe merk jij de veranderende aandacht voor duurzaamheid in beleid en economie in je dagelijkse praktijk? “Als ondernemer moet je continu de regie naar je toe trekken. Dat betekent ook dat je soms de samenwerking moet zoeken met collega-ondernemers in dezelfde branche of omgeving. De energieproblematiek heeft ons als ondernemers echt veranderd. We moeten nog meer prioriteit geven aan onze bedrijfszekerheid buiten onze bedrijfsactiviteiten. Dan hebben we het niet alleen over (geld) besparen, maar ook hoe we kunnen blijven groeien op de locatie waar we zitten of beschikbare mogelijkheden elders.”
Als je vandaag opnieuw zou beginnen: zou je duurzaamheid weer zo nadrukkelijk koppelen aan je propositie? “Ik zou het anders positioneren. Het wordt onderdeel van je bedrijfsvoering. In een krappe arbeidsmarkt moet ons bedrijf zo georganiseerd zijn dat ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij ons kunnen blijven werken om zo je bezetting veilig te stellen. Verduurzaming qua energie geeft grip op kosten en zekerheid qua bedrijfscontinuïteit in de toekomst.”
| Page 52 | Page 59 |