Familie is voor mij belangrijker dan werk. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van een ondernemer die heel veel tijd op de zaak doorbrengt. Maar zo voelt het wel. Een bedrijf kan groeien, veranderen en op een dag zelfs zonder jou verdergaan. Familie blijft.
Daarom kijk ik anders naar opvolging. Ondernemers krijgen al snel de vraag wie het stokje later overneemt. Zit de volgende generatie al klaar? Wordt het een zoon, een dochter, een neef? Alsof dat jaren van tevoren vast moet staan. Bovendien is familie zijn niet per definitie een functie.
De toekomst moet uitwijzen of de opvolging binnen ons gezin ligt. Zo ver zijn we nog lang niet. En eerlijk gezegd vind ik dat ook gezond. Kinderen moeten hun eigen keuzes kunnen maken. Hun eigen interesses ontdekken, fouten maken, ergens anders ervaring opdoen en vooral uitvinden waar ze gelukkig van worden.
Tegelijkertijd zou ik niet eerlijk zijn als ik zeg dat het mij niets doet wanneer een van mijn kinderen op een dag zou zeggen: ik wil ermee verder. Natuurlijk zou het me trots maken dat hij of zij blijkbaar veel waarde ziet in wat in al die jaren is opgebouwd.
Maar nogmaals, trots is geen goede reden voor opvolging. Degene die ooit verdergaat, moet dat willen vanuit zichzelf. Met eigen ideeën, een eigen karakter en waarschijnlijk ook met een andere manier van werken dan ik. Dat lijkt me juist gezond. Iedere generatie moet iets toevoegen. Want als alles bij het oude blijft, gaat een familiebedrijf op een museum lijken en dat kan nooit de bedoeling zijn.
Misschien komt het zover. Misschien ook niet. Tot die tijd wil ik vooral zorgen dat er thuis meer wordt besproken dan omzet, planning en werk. Want uiteindelijk wil ik later niet alleen terugkijken op wat ik als ondernemer heb opgebouwd. Ik wil later vooral kunnen zeggen dat het ondernemen nooit belangrijker was dan de mensen voor wie ik het deed.