AAN HET WOORD: CEM SAHIN
“Vraag: Ik ben een ondernemer voor de inkomstenbelasting en tegelijkertijd ook directeur-grootaandeelhouder in mijn eigen besloten vennootschap (BV). Voor de aankoop van mijn ondernemerswoning ben ik een leningsovereenkomst aangegaan met mijn eigen BV. Telt deze schuld aan de eigen BV mee voor excessief lenen?”
De Wet excessief lenen is een maatregel die is ingevoerd om te voorkomen dat directeur-grootaandeelhouders excessief geld lenen van de eigen BV zonder daar belasting over te betalen.
De directeur-grootaandeelhouder mag vanaf het jaar 2024 nog maar een schuld hebben van maximaal € 500.000 bij de eigen BV. Het merendeel wordt belast in box 2 van de inkomstenbelasting als positief fictief regulier voordeel. Waar voorheen (in 2023) tot een bedrag van € 700.000 geleend kon worden, is het drempelbedrag op peildatum 2024 verlaagd naar € 500.000. Vanaf het jaar 2024 betaalt de directeur-grootaandeelhouder in box 2 van de inkomstenbelasting tot € 67.000 24,5% (eerste schijf) belasting en voor alles daarboven 33% belasting. Leningen ten behoeve van de eigen woning tellen niet mee als schuld. Maar geldt deze uitzondering ook voor de ondernemerswoning?
De ondernemer voor de inkomstenbelasting, hierbij kan gedacht worden aan een eenmanszaak of VOF, kan ook een directeur-grootaandeelhouder zijn in de vennootschap. In de praktijk komt het regelmatig voor dat deze ondernemer geld leent van de eigen BV voor de aankoop van een ondernemerswoning voor zijn onderneming. Volgens het standpunt van de Belastingdienst vallen ook deze leningen buiten de maatregel excessief lenen, mits deze schulden voldoen aan de voorwaarden die gelden voor de aftrek van hypotheekrente voor de eigen woning. Ook moet er rekening worden gehouden dat er in beginsel een recht van hypotheek moet worden verstrekt aan de eigen BV. Hoewel de schuld en de woning kwalificeren als ondernemingsvermogen, moet er toch aan de eisen worden voldaan die gelden voor de eigen woning.
Het toetsmoment is op 31 december 2024. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de aftrek van hypotheekrente voor de eigen woning, dan heeft de directeur-grootaandeelhouder tot eind 2024 de tijd om de voorwaarden van de hypotheek aan te passen.
| Page 31 | Page 33 |