De fiscaal voordeligste bedrijfsoverdracht kan voor een familie de verkeerde zijn. Daarom vind ik dat belastingbesparing nooit het vertrekpunt mag zijn. Een opmerkelijke uitspraak voor een belastingadviseur? Misschien. Maar mijn vak gaat voor mij over passend adviseren, niet over zo weinig mogelijk afrekenen.
Vaak wordt van mij verwacht dat ik een overdracht zo organiseer dat er nauwelijks belasting betaald hoeft te worden. Begrijpelijk: niemand betaalt graag meer dan nodig. Toch hoort daar een andere vraag vóór te komen: welke overdracht past bij dit bedrijf en deze familie?
Neem een ouder die alles doet en alles beslist. De kinderen komen trouw naar het jaarlijkse personeelsfeest, maar spelen verder geen rol in het bedrijf. Moeten we dan alvast een overdracht optuigen omdat die fiscaal aantrekkelijk lijkt?
Wat mij betreft niet. Aanwezig zijn bij de borrel is iets anders dan klaarstaan voor de verantwoordelijkheid. En een bedrijfsoverdracht aan de volgende generatie maakt van een ouder die alles bepaalt nog geen ondernemer die kan loslaten. Verder maakt het op papier eigenaar zijn van het familiebedrijf van het kind nog geen ondernemer.
Het eerste gesprek moet daarom niet over de fiscale structuur gaan. Het moet gaan over betrokkenheid. Willen de kinderen eigenlijk ondernemen? Wat moeten zij nog leren? Welke verantwoordelijkheid kan de ouder hun nu al geven?
En wat heeft deze ouder nodig om daarop te durven vertrouwen? Dat proces laat zich niet vervangen door een slimme constructie. Eerst moet duidelijk worden wie wil en kan overnemen, wat wordt overgedragen en wanneer. Daarna zoeken we de passende structuur en benutten we de fiscale mogelijkheden. De belasting die dan resteert, hoort bij die keuze.
Belasting besparen vind ik fantastisch. Maar ik word blijer van een advies waarin de familie zich herkent en waarmee zij verder kan. Ook als dat niet de allerlaagste aanslag oplevert.
Een familiebedrijf draag je over aan mensen, niet aan een belastingregeling.